Citius, Altius, Fortius – Blijven we records breken?

November 7, 2017

Share this article:

“Citius, Altius, Fortius” is het motto van de Olympische Spelen. Het betekent “Sneller, Hoger, Sterker” en het lijkt of atleten elke Spelen prestaties neerzetten die aan dit motto voldoen. De eerste “moderne” Olympische Spelen vonden al plaats in 1896, maar tegenwoordig worden elk jaar nog steeds veel wereldrecords verbroken. Is het toeval dat bijna alle staande wereldrecords zo recentelijk behaald zijn, of zijn hier oorzaken voor?
Dat bij sommige sporten prestaties telkens beter worden is klaarduidelijk; de uitrusting van sporters wordt steeds beter. Skiërs konden vijftig jaar geleden simpelweg niet zo snel de berg af komen als ze nu kunnen, omdat ze door hun materiaal beperkt werden. Echter, als we kijken naar sommige atletiekonderdelen of andere sporten waarin uitrusting een veel minder belangrijk ingrediënt lijkt te zijn voor een goede prestatie, zien we eenzelfde verbetering. Een goed voorbeeld is de honderd meter sprint. Als we naar de grafiek met wereldrecordtijden van de afgelopen 100 jaar kijken zien we een duidelijk patroon:
 

Wereldrecordtijden honderd meter sprint mannen 1910-2010


Waar in 1910 het wereldrecord op 10,6 seconden stond, was dit honderd jaar later ruim een seconde sneller. Er zijn nauwelijks sporten te vinden waar we een duidelijke verbetering in prestaties niet terugzien. Een nog sterkere vooruitgang zien we bij professionele zwemmers. Met een tijd van 7 minuten en 32 seconden vestigde Zhang Lin in 2009 een wereldrecord dat bijna 4 minuten sneller was dan het wereldrecord van een eeuw daarvoor.

Wereldrecordtijden achthonderd meter vrije slag 1906-2016


We kunnen aannemen dat deze aanhoudende verbeteringen noch aan toeval noch aan alleen uitrusting te danken zijn, maar waar komen ze dan wel vandaan?

Effectiviteit trainingsmethoden

De enorme sprongen in techniek lijken op het eerste gezicht minder invloed te hebben op sommige sporten, omdat deze niet direct terug zijn te zien in de vorm van uitrusting. Innovatie op dit vlak kan echter ook op andere manieren sporten beïnvloeden. De komst van computersystemen die helpen trainingsmethoden te optimaliseren heeft een groot positief effect gehad op de kwaliteit en snelheid waarmee topsporters getraind kunnen worden. Hulpmiddelen als kou- en warmtetherapie, compressiekleding en zelfs bepaalde vormen van massage kunnen op grote schaal worden onderzocht en vervolgens persoonlijk worden ingezet tijdens, voor of na trainingen.
Ook zeer geavanceerd onderzoek naar spierweefsels en andere onderdelen van menselijke anatomie zorgt ervoor dat zowel trainingsschema’s als trainingslocaties en -omstandigheden per persoon geperfectioneerd kunnen worden. Tevens wordt er veel onderzoek gedaan naar voeding van de sporters. Aan de hand van lichamelijk onderzoek wordt aangetoond wat er voor, tijdens, of na trainingen en wedstrijden gegeten en gedronken moet worden. Dit in combinatie met adequate trainingen zorgt ervoor dat tegenwoordig hogere niveaus behaald worden in veel kortere tijden dan vroeger. Niet alleen over voeding maar ook over verscheidene soorten illegale prestatieverhogende middelen en hun effectiviteit wordt steeds meer informatie beschikbaar. Het effect van deze middelen blijkt uit onderzoek niet heel erg groot, maar het heeft zeker een significante invloed op de resultaten. De resultaten die behaald zijn met gebruik van deze middelen worden niet meegenomen in de lijst van behaalde records, hoewel we ervan kunnen uitgaan dat deze middelen vaker gebruikt zijn dan aangetoond en dat hun effectiviteit ook zal blijven groeien. Het gebruik van illegale middelen zal dus op dezelfde manier resultaten en voorspellingen beïnvloeden als bijvoorbeeld speciale trainingsmethoden of voeding.

Aanleg of ervaring?

Door deze verhoging in effectiviteit en efficiëntie bij het trainen van sporters, heeft zich ook een verandering voorgedaan in het selecteren van sporters voor bijvoorbeeld olympische teams. Er wordt vaak meer geselecteerd op potentie dan op huidig niveau, omdat mensen met dergelijke potentie uiteindelijk een hoger niveau kunnen bereiken dan mensen met minder geschikte eigenschappen die reeds geoefend zijn. Denk hierbij aan een bepaalde lichaamsbouw of andere genetisch vastgelegde eigenschappen die bij sommige sporten voordeel opleveren. Een goed voorbeeld van een dergelijke sport is basketbal. In 1947 lag de gemiddelde lengte van professionele basketballers rond de 188 centimeter en in 2015 lag dit vlak onder de 203 centimeter. Als je in Amerika een persoon tussen de 20 en 40 jaar met een lengte van 213 centimeter of meer tegenkomt is er een kans van 15% dat hij meedoet aan de NBA, de Amerikaanse basketbalcompetitie van het hoogste niveau. Er wordt hier voor selecties dus vaak gekeken naar iemands (voorspelde) lengte en vervolgens kan deze persoon efficiënt opgeleid worden tot hoog niveau en eventueel tot professioneel sporter. Ook voor andere sporten zien we dat de lichaamsbouw van topsporters steeds meer gaat voldoen aan de ideale verhoudingen voor de door hen beoefende sport. Niet alleen de romp van een topzwemmer, maar zelfs de voorarm van een waterpoloër is gemiddeld relatief langer dan vroeger.

Toenemend aantal sporters

Een andere belangrijke factor is het aantal mensen dat een sport beoefent. Dit neemt voor bijna elke sport jaarlijks enorm toe. Internet en televisie deden de bekendheid en populariteit van veel sporten extreem groeien. Uit data bleek in 2016 dat in Nederland in dat jaar 9,5 miljoen mensen gemiddeld één maal per week sportten een stijging van ruim zes procent ten opzichte van drie jaar daarvoor. Natuurlijk heeft het overgrote deel van deze mensen niet het doel om op hoog niveau te gaan sporten, laat staan om ooit een record neer te zetten, maar hoe meer mensen aan een sport doen, hoe hoger het hoogste niveau, in het algemeen. Een groter aantal sporters zal immers zorgen voor meer uitschieters omhoog en omlaag, wat vaardigheden betreft.

Stopt het ergens?

Je zou verwachten dat deze progressie ergens ophoudt, of tenminste, dat verbeteringen in tijden en prestaties niet jaarlijks volgens een lineair patroon verbeterd worden. Toch zien we bij sommige sporten een constante verbetering. Als we kijken naar de grafiek waarin de recordtijden voor honderd meter sprint beschreven worden (figuur 1), zien we een redelijk constante afname in tijd van ongeveer één tiende seconde per tien jaar. Na uitgebreid onderzoek aan de hand van data met meer dan alleen wereldrecordtijden kwam Stephen Seiler, onderzoeker op dit gebied, op hetzelfde resultaat. Het ziet er dus op dit moment niet naar uit dat deze aanhoudende verbetering ergens in de nabije toekomst zal ophouden. Bij het zwemmen zien we ook duidelijk een patroon in de prestatieverbetering, maar dit is niet lineair. Per tien jaar wordt de recordtijd met ongeveer 5% overtroffen. Het prestatieverschil per jaar wordt hier dus wel steeds kleiner, maar als dit patroon zal blijven aanhouden zal ook deze tijd vanzelf erg klein worden.
We mogen aannemen dat we voorwaartse sprongen in wetenschap en technologie en dus in sportresultaten blijven zien, maar omdat we niet weten welke vindingen er gedaan zullen worden op het gebied van sport, kunnen we slechts gissen naar de komende wereldrecords.


“You can’t put a limit on anything. The more you dream, the farther you get.” – Michael Phelps

Dit artikel is geschreven door Pieter Dilg

Read more

The rise of pitch invasions

The rise of pitch invasions

With the conclusion of the English football season, emotions always seem to run high. The fear of relegation or the thrill of a promotion or even a championship tend to do that to football fans. After the final whistle it is not rare for fans to spill out of the...